Tweede Kamer buigt zich over rol overheid bij misstanden Goede Herder

De Tweede Kamer praat vandaag over de misstanden in tehuizen van de Zusters van de Goede Herder, onder meer in Almelo. Tussen 1860 en 1978 moesten in totaal vijftienduizend meisjes keihard werken in wasserijen en naaiateliers. Ze mochten niet naar school en kregen niet betaald. En daar is de overheid medeplichtig aan, zegt Jan van Dijk, hoogleraar victimologie van Tilburg University.

“Die meisjes zijn daar geplaatst. In bijna alle gevallen, door de kinderbescherming en dus vaak door de kinderrechter. De overheid heeft dat onder zijn neus laten gebeuren en is moreel de tweede verantwoordelijke”, legt Van Dijk uit.

"Dit is natuurlijk een uiterst extreem voorbeeld van wat we tegenwoordig moderne slavernij noemen. En dat is al sinds 1930 strafbaar in de westerse wereld. Het is ook een strafbaar feit volgens het Europees verdrag van de mensenrechten uit de jaren 50. Dit is een heel ernstig misdrijf volgens het wetboek van strafrecht waar tien jaar gevangenis op staat. En dat allemaal onder de ogen van de overheid."

Erkenning

De slachtoffers hebben zich verenigd en hopen erkenning te krijgen van de overheid. “Dat stigma van criminele vrouwen en gevallen vrouwen moet weg. We zijn gewoon allemaal slachtoffers. De meesten van ons komen uit hele moeilijke gezinnen of ouders zijn overleden. In mijn geval waren er persoonlijke situaties waardoor ik wegliep en uiteindelijk bleek dat ik hoogbegaafd ben”, vertelt Jeanny Nies, één van de slachtoffers.

Joke Vermeulen, ook één van de slachtoffers uit Almelo, hoopt dat minister toegeeft wat er is gebeurd. “We willen heel graag van de minister horen dat wat er toen is gebeurd, dat dat fout is geweest. Ze wisten wat er gebeurde en ze hebben dat allemaal laten gaan. We willen van de minister excuses en erkenning horen.”

"Die erkenning is belangrijk voor vrouwen die dat allemaal hebben meegemaakt. Het is nu ook bewezen, dat is al erkenning. Maar nu willen we erkenning van de mensen die ons dit hebben aangedaan."

Vermeulen verwacht niet dat er vandaag al excuses komen. "Er moet eerst over gesproken worden, met alle partijen. Er is natuurlijk al over gesproken, maar alleen met de katholieke kerk en minister Deetman. Slachtoffers zijn nog nooit gehoord door minister Dekker. Dat is natuurlijk wel belangrijk, want wij willen gehoord worden."

Terug naar de Middeleeuwen

Jeanny Nies: “Voor mij was het een soort van terug naar de Middeleeuwen. Je stond ‘s morgens op en moest gaan werken. Het werd ‘de klas’ genoemd. En dan zat je ineens in een naaiatelier of een waskeuken of een groentekeuken. En dat ging zo’n beetje de hele dag door.”

Nies: “Het contact met de zusters was koud. Het was heel liefdeloos. Er werd niet naar ons als persoon gekeken. Er was totaal geen empathie. Het maakt je kapot, het zuigt je leeg. Op een gegeven moment ben je zelfs je eigen identiteit kwijt.”

Vluchten
Veel meisjes probeerden volgens Nies tevergeefs weg te komen. “Dan werd je zo afgestraft, dat je dat niet meer ging doen. Dan werd je opgesloten in een isoleerkamer of een bezemkamer, afhankelijk van wat je had gedaan. En dat varieerde van één dag tot meerdere weken.”

Toen Nies 18 werd, werd ze op straat gezet. “Zonder geld, maar ook zonder toekomst, want je hebt geen opleiding gehad. Je weet niet hoe je moet overleven. Je wordt afgewezen bij werknemers, bij opleidingen, want je hebt dat etiket op je dat je een gevallen vrouw bent. Dat je crimineel bent, in feite. Het zelfvertrouwen is nul, want je weet niet meer wie je bent en wat je kunt.”

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.

Meer over dit onderwerp:
De Goede Herder Regio Almelo Hiernumaals Nieuws
Deel dit artikel: