Overijsselse stedenbanden stellen steeds minder voor

Overijsselse gemeenten hebben steeds minder traditionele stedenbanden, laten stedenbanden vaak doodbloeden of verminderen de hoeveelheid geld die jaarlijks naar de samenwerking met partnersteden gaat. Dat blijkt uit een rondgang van RTV Oost.

"Veel van de stedenbanden, zeker die met Duitse gemeenten, ontstonden in de decennia na de Tweede Wereldoorlog", zegt Universiteit Twente-geograaf Gert-Jan Hospers. "De banden ontstonden vanuit ideologische overwegingen, om de Europese eenwording te bespoedigen. Maar mede doordat de Europese oorlogen inmiddels ver weg zijn, blijven er steeds minder stedenbanden over."

De uitkomst van een rondgang langs de 25 Overijsselse gemeenten lijkt die trend te bevestigen. Van de 22 gemeenten die partnersteden hebben of hebben gehad, hebben er vijf helemaal geen stedenbanden meer. Negen gemeenten hebben minder stedenbanden of trekken er de laatste jaren (veel) minder of helemaal geen geld meer voor uit. 

De redenen voor opzegging van de banden verschillen. In sommige gevallen is na het samengaan van gemeenten besloten om stedenbanden te beëindigen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de verbinding tussen Bathmen en het Duitse Westerkappeln, dat werd opgezegd toen Bathmen met Deventer samenging. "Beide burgemeesters hebben [toen] geconstateerd dat er niet meer samengewerkt werd en toen is de stedenband met wederzijds goedkeuring beëindigd", schrijft een gemeentewoordvoerder.

In sommige gevallen was de goedkeuring niet wederzijds. In 2017 beëindigde de Turkse stad Denizli de partnerverbinding met Almelo. De burgemeester van Denizli besloot daartoe vanwege "de vijandige houding" van Nederland richting Turkije bij het bezoek van Turkse ministers aan Nederland. De burgemeester van Almelo betreurde het besluit.

Doodgebloed

Vaak wordt besloten tot het stoppen van een stedenband omdat de contacten simpelweg zijn doodgebloed. De stedenband van de voormalige gemeente Denekamp met het Slowaakse Liptovský Mikuláš stopte in 2008 omdat "de gemeenten elkaar over en weer niet meer veel te bieden hadden", zo laat de gemeente Dinkelland weten. En Zwolle ontbond de band met het Russische Volodga, "omdat beide partijen er onvoldoende meerwaarde in zagen".

Veel van de stedenbanden die nog wél bestaan, dreigen ook dood te bloeden, zo lijkt het. De partnerverbindingen staan veelal op een heel laag pitje, en in de meeste gevallen gaat er nauwelijks gemeentelijk geld naartoe. Zo heeft de gemeente Hof van Twente formeel nog stedenbanden met Kiev en het Hongaarse Keszthely, maar wordt er 'door bezuinigingen' helemaal geen invulling meer aan gegeven. En de woordvoerder van Losser schrijft dat de vriendschapsband met het Russische Widnoje 'bijzonder moeizaam verloopt' en een 'slapend bestaand leidt'. "Er is feitelijk geen contact."

Weinig geld

De bedragen die gemeenten reserveren in de begroting variëren van 'niets meer' en 'geen vaste post in de begroting' tot enkele duizenden euro's. Vooral in de afgelopen jaren is er veel bezuinigd op de partnerverbindingen. Van de zeventien gemeenten met stedenbanden, besteden er acht helemaal geen geld aan de samenwerkingen.

Een opvallende uitzondering is Kampen. Die gemeente geeft jaarlijks 18.000 euro uit aan haar vier stedenbanden. Overigens was dat vóór 2011 nog 25.000 euro. En Oldenzaal besteedt jaarlijks 20.000 euro, maar dat is ook bestemd voor relaties binnen de Euregio.

Wat levert het op?

Inhoudelijk blijven de samenwerkingen veelal beperkt tot sport- en scholierenuitwisselingen en het uitwisselen van kennis en cultuur.  In enkele gemeenten gaan de bestuurders bij elkaar op werkbezoek. Zo heeft Borne deelgenomen in een project met Rheine om kennis uit te wisselen over klimaatverandering en duurzaamheid.

Wat de stedenbanden verder inhouden, wisselt sterk per gemeente. Na de Tweede Wereldoorlog en na de Koude Oorlog waren banden met Duitse gemeenten en gemeenten verder naar het oosten alleen al vanwege de symboliek en het Europese ideaal belangrijk, zegt geograaf Hospers. "Maar tegenwoordig moeten gemeenten er echt zelf wat van maken. Nu speelt steeds vaker de vraag: heeft het nut, wat is de noodzaak? De banden zijn ook steeds meer economisch.

Vaak initiëren gemeenten de contacten, en laten ze vervolgens aan de scholen, verenigingen en bedrijven over. Enschedese bedrijven en de UT en Saxion leggen via de gemeente contacten met bedrijven en scholen in Palo Alto in Silicon Valley (VS). De eerste contacten ontstaan vaak doordat bestuurders of ambtenaren van de gemeente die partnerstad jaarlijks bezoeken, waarbij bedrijven aanhaken.

Stedenbanden ouderwets?

"Grote steden zoals Enschede willen zich graag internationaal profileren", zegt Hospers. Voor Deventer en Zwolle betekent dat echter iets anders dan voor Enschede. Die twee steden hebben beide nog wel een partnerstad, maar daar is alles mee gezegd. "Er wordt niet actief invulling gegeven aan de stedenband", schrijft Zwolle. "Deventer is geen voorstander van stedenbanden", schrijft die gemeente.

Zwolle en Deventer zeggen beiden liever op een andere manier invulling te geven aan het internationale samenwerken. Zo schrijft de woordvoerder van Zwolle dat de stad "meer wil investeren in externe contacten, lobby en regionale en landelijke vertegenwoordigingen, om zo het nationale en internationale profiel van Zwolle te versterken".

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.